de onderkant van de samenleving

Het is alweer zondag. Ondanks mijn vaste voornemen om per week twee keer een stukje te schrijven is dat weer niet gelukt. Sorry, voor alle mensen die daar al dagen op zitten te wachten.
Het is hier weer prachtig weer, het regenseizoen is weer voorbij, althans zo lijkt het. De temperaturen stijgen weer rap, en mijn appartement blijft zowel overdag als ’s nachts lekker op temperatuur (28 graden Celsius….). Hier kun je het weer hier volgen, zowel in Fahrenheit als in Celsius, af en toe heel verwarrend.
Afgelopen dinsdag zijn Christiaan en Kees weer vertrokken. We hebben een paar mooie stukjes New Mexico bekeken; zaterdag de rondrit rond de Wheelerpeak, zondag na de kerkdienst op aanraden van een gemeentelid langs “White Rock Overlook” gereden (wat een fantastische plek, later meer daarover), ’s middags naar Bandelier, weer een mooie wandeling gemaakt, het blijft fascineren! Maandag toen ik moest werken hebben C&K Santa Fe op z’n kop gezet (grapje), en aan het eind van de middag hebben we Pajarito Mountain beklommen, een restant van een ontplofte vulkaan hier net buiten het dorp. Ik dacht dat ik een redelijke conditie had, maar daar bleek niet heel erg veel van. We begonnen op 9200ft (ruim 3000m) en de top lag op 10440ft (bijna 3500m). Omdat we zo snel mogelijk boven wilden zijn, namen we de skipiste naar boven. Maar die was toch wat steiler dan we in het begin dachten, ook niet verwonderlijk, want boven bleek het een ‘black diamond’, de steilste die er bestaat. Eenmaal boven gekomen hadden we een mooi uitzicht over Los Alamos en de omgeving, en aan de andere kant een uitzicht over de krater, hoewel we het niet helemaal eens konden worden over waar die nu precies was. (Foto’s komen vanmiddag online).
Dinsdagochtend moest ik me al vroeg melden bij de Social Security Office in Santa Fe, voor de aanvraag van m’n social security card (een soort van sofi-nummer). Zonder dat nummer ben je nl. niks in de VS. Overal willen ze het weten. Eigenlijk had ik het al veel eerder willen/moeten aanvragen, maar ik moest wachten op een uittreksel uit het geboorteregister van Zwolle (waar ik geboren ben), en dat duurde goed vier weken. Als ik dat geweten had voordat ik naar de VS vertrok was ik zeker even bij het stadhuis van Zwolle langsgegaan, maar ja. Omdat ik geen afspraak kon maken moest ik in de rij staan (zitten). Er waren ongeveer 10 mensen voor mij en er was maar een loket open, reken maar uit, per geval ongeveer 10 minuten… Als ik dat geweten had, had ik een boek meegenomen. Helaas, vergeten. Nu had ik alle tijd om de mensen daar te bestuderen. Hoewel iedereen in de VS een SSN heeft, komt lang niet iedereen regelmatig in aanraking met de social security office. Het idee dat ik kreeg was dat daar vooral mensen van de onderkant van de samenleving zaten, die op een of andere manier aangewezen waren op steun van de overheid. Zo zat er tegenover mij een hele rij indianen (of beter gezegd, native americans) en verder vooral mensen die je in Nederland zou kenmerken als bijstandsmoeders. Opmerkelijk was het aantal dikke mensen. Nu kom je die hier zo-wie-zo erg veel tegen, maar bijvoorbeeld op het lab en ook in de kerk, zie ik ze nauwelijks. Daar dus wel. Op een gegeven moment kwam er een gezin binnen, vader, moeder en dochter. allemaal bijna even dik. Waarom vader en moeder trouwens meekwamen was me niet helemaal duidelijk, want alleen de dochter had iets te regelen… Gelukkig had ik alles in orde toen ik aan de beurt was, en ging het allemaal erg vlotjes, behalve dat de mevrouw achter het loket niet heel veel snapte van al die Nederlandse namen, ze was wel erg benieuwd naar de uitspraak ervan.
De rest van de week heb ik hard gewerkt, maar daarover mmag ik niks vertellen, geheime informatie :)
Vanmiddag zal ik wat foto’s posten, waaronder een enorme foto van ‘White Rock Overlook’. Gisteren ben ik er nl. weer geweest, vlak voor zonsondergang en heb daar in een uur tijd m’n geheugenkaart volgeschoten. Gisteravond ben ik beziggeweest om al die foto’s aan elkaar te plakken tot een groot panorama, maar dat kost behoorlijk wat tijd met meer dan 50 foto’s… Maar het resultaat is schitterend (voor zover ik dat heb kunnen zien). Ik hoop dat jullie daarmee een beetje een idee krijgen van hoe het er in White Rock uitziet.

achter iedere bocht ligt weer iets moois…

dag lieve webloglezers,
we zijn alweer een week verder, m’n derde week hier in Los Alamos en ik heb me nog geen moment verveeld. Over de afgelopen week hoef ik niet zoveel te vertellen. Ik heb eindelijk kunnen werken, en ook hard gewerkt! Verder hebben we weer een koude week achter de rug met veel regen, maar dat mag ook wel, want het is hier de afgelopen jaren best wel droog geweest. Het schijnt dat het volgende week weer wat warmer en droger wordt, maar daar was vandaag nog niet veel van te merken.
Gisteren zijn Christiaan, m’n jongere broer, en Kees, een vriend van hem, hier in Los Alamos aangekomen. Vandaag hebben we het noordelijke gedeelte van New Mexico verkend. Echt een geweldig gebied met een hoge berg (de Wheeler Peak, ruim 4000m hoog) en ontzettend verschillende landschappen. Allereerst zijn we naar Taos gereden, een klein stadje aan de voet van de Wheeler Peak, met vooral ‘adobe’huisjes, lage huisjes van klei met een karakteristieke rood/bruine kleur. Je vindt ze hier overal in dit gedeelte van New Mexico, maar vooral Taos schijnt er bekend om te zijn. Hoewel er nog wel resten van de indianencultuur te vinden zijn, is het toch vooral toerisme wat de trom slaat, beetje jammer, maar nog steeds wel leuk om doorheen te lopen.
Na Taos zijn we begonnen aan de ‘Enchanted Circle Scenic Drive’ , een prachtige route rondom de Wheeler Peak van bijna 140 kilometer. Ons eerste doel was een brug over het dal van de Rio Grande, de belangrijkste rivier hier in de omgeving. Wat een geweldige plek is dat. In een relatief vlak gebied is opeens een diepe gleuf van zo’n 200 meter diep uitgesleten door het water. Een blik in de diepte doet je duizelen. Steile wanden, ergens diep onder je een smal beekje, ongelofelijk. Echt om stil van te worden, dit moet je met eigen ogen gezien hebben want dit is onmogelijk op foto’s vast te leggen (ik het het toch geprobeerd en de resultaten zijn te bewonderen op de fotopagina). Daarna zijn we verder gereden door het prachtige Carson National Forest, een bos dat niet vergelijkbaar is met Nederlandse bossen maar toch op z’n eigen manier ontzettend mooi is. Vanaf Questa, op ongeveer op 1/3 van de route gingen we een ruig berggebied in, met ontzettend mooie rotspartijen. Echt een schitterend gebied. Op een gegeven moment kwamen we in Red River, een skidorp dat helemaal in wild-west stijl was opgetrokken, compleet met een roze! saloon (achter de voordeur ging echter een van de 599 giftshop’s van New Mexico schuil, ik voelde me een beetje genept, maar toch was het leuk). Ook hier dus allemaal toerisme…
Na Red River kwamen we in een gebied dat veel glooiender was, met schitterende vergezichten. Ons volgende doel was Eagle Nest State Park, een ongelofelijk mooi meer midden in de bergen. Schitterende natuur, ongerepte natuur (mwah, viel wel mee, maar leek wel zo), echt een stukje paradijs op aarde – hoe kan het ook anders met zo’n naam :)
Daarna verder via Angel Fire weer terug naar Taos, en daarna terug naar Los Alamos. Onderweg werden we geteisterd door enorme regen, onweer en hagelbuien. Op een gegeven moment stond de weg echt vol met water, het spatte alle kanten op. Toch ook wel een spectaculair gezicht, vooral omdat het zo ongewoon is.
Tot zover m’n belevenissen van vandaag. Christiaan en Kees blijven nog tot dinsdag, dus we hebben nog tijd om wat mooie wandelingen te maken, morgen waarschijnlijk (weer) Bandelier, een rondrit over de toegankelijke wegen van het Laboratorium en misschien een tochtje naar de top van de vulkaan, van waarover je een schitterend uitzicht zou moeten hebben over de Caldeira, de krater. Ik ben er ook nog nooit geweest, en ben dus benieuwd.
groet, arend jan

Bush, Charley en de Kerry-family

De tijd gaat snel. Alweer twee weken in de VS… en nog niet veel bijzonders gedaan. Afgelopen dagen ben ik naar een conferentie in Santa Fe geweest. Mijn begeleider hier in Los Alamos was een van de organisatoren ervan en vond het wel leuk als ik er ook zou zijn. Dus vanaf dinsdagmiddag, toen eindelijk alle dingen geregeld waren om me aan het werk te krijgen, kon ik naar de conferentie. Details geven over de inhoud heeft niet zoveel zin, het was leerzaam -hoewel niet alle praatjes even interessant waren – en ik heb weer wat nieuwe mensen leren kennen.
We hebben qua week een wat mindere week. De temperaturen zijn volgens mij nog lager dan in Nederland, maar dat is ook wel eens lekker. Deze week was ook de week van Charley. Niet dat we er hier ook maar iets van hebben gemerkt, maar op ‘the weatherchannel’ was er niets anders te horen dan Charley. Volgens mij heb je trouwens een erg moeilijk leven als je dag-in-dag-uit naar dat kanaal kijkt. Alle ellende en vewoestende weersverschijnselen worden bovenmatig over je uitgestort. Vorige week was het ‘Floodweek’ met continue documentaires over de vewoestende kracht van het water, deze week was het, hoe kan het ook anders – alsof ze het van tevoren wisten – de week van ‘Stormstories’.
Vandaag wilde ik een mooie hike (wandeling) gaan maken, samen met een collega, maar hij was ziek. In alle vroegte ben ik toen maar alleen naar een van de bergen direkt ten westen gereden, maar het was nog erg koud en vooral winderig (bijna 3000m hoog) … na wat twijfelen ben ik toch maar weer teruggegaan, bang om verkouden te worden. De rest van de dag thuisgezeten, uitgerust, gitaar gespeeld (ja ik heb een gitaar gekocht! Een erg mooie, speelt heerlijk!), muziek geluisterd, gemaild en geinternet. Ook wel eens lekker. O ja, en ik heb uit het raam gekeken, naar een optocht en naar weer een mooie onweersbui (zoals bijna iedere dag!).
Die optocht was wel apart. Ik weet niet hoeveel culturele verenigingen Los Alamos telt, maar een grote meerderheid deed ongetwijfeld mee aan de optocht. Maar ook andere instellingen zoals de mensen van de plaatselijke bibliotheek die met hun ratelende boekenkarretjes in de optocht meeliepen. Het mooiste was wel dat ook de aankomende verkiezingen (zoals bijna overal) hun aandacht opeisen. Ergens op driekwart van de optocht kwam de delegatie van Kerry-aanhangers langslopen, vrolijk zwaaiend naar de mensen en verder wat foldertjes uitdelend. Daarachter kwam de stoet van Bush & Co, maar ze waren hermetisch gescheiden van de Kerry-family door een rij van de plaatselijke Emergency-vehicles. Grote brandweerauto’s en ambulances moest verhinderen dat de Bush-clan in contact zou komen met de Kerry-family.
Afgelopen donderdag kreeg ik drie CD’s opgestuurd (trouwens een stuk goedkoper hier in de States) van Sons of Korah (http://www.sonsofkorah.com). Ik kende ze al toen ik nog in Nederland was, maar ik kon hun CD’s nergens krijgen, dus moest ik het doen met drie nummers die vrij op internet te krijgen waren. De naam zegt voor sommige mensen al genoeg: Sons of Korah heeft met psalmen te maken. Hoe ze oorspronkelijk geklonken hebben weet natuurlijk niemand, maar het is zeer waarschijnlijk dat David ze niet heeft gecomponeerd met een traporgel onder de terebint en een meegalmende gemeente op de achtergrond, maar met een luit en/of lier – twee instrumenten die wel wat weghebben van een hedendaagse gitaar. Sons of Korah maakt ook heerlijk rustige gitaarmuziek, op de onbewerkte psalmteksten. Het heeft iets weg van praise & worship, maar is veel minder vlak en voorspelbaar. En emotioneler, en dat is wat psalmen van oorsprong volgens mij zijn: intieme liedjes waarin David en ander componisten hun leven en hun relatie met God onder woorden brachten. Echt heerlijk om naar te luisteren. Puur genieten.
Bedankt voor alle emails (en reacties op mijn verhaaltjes) de afgelopen tijd. Ik geniet er echt van. Zo lijkt de afstand wat kleiner. Mooi dat dat tegenwoordig allemaal mogelijk is.
groet, arend jan

… weer in de lucht …

Hoi allemaal!
Eindelijk is m’n website weer in de lucht. Alles doet het weer, alleen draait alles op een andere computer, maar daar merken jullie niet zoveel van. Ik had nog weer een heel verhaal willen schrijven, maar daar is het nu te laat voor. Morgen dan maar.
groet, arend jan

korte update

Ik mag aan het werk! Eindelijk. Vanmiddag om kwart over vijf was de toestemming er!
En nog meer nieuws. Vanavond heb ik m’n website weer ongeveer aan de praat gekregen. Waarschijnlijk komt hij morgen weer online!

Even stilstaan

I believe in a life that never ends!
Precies een jaar geleden overleed op 21 jarige leeftijd mijn neef Eric. Een grote schok en een diep verdriet voor zijn ouders en de rest van hun gezin, z’n vrienden en ook de rest van de familie. De confrontatie met de dood zet je even stil en laat je nadenken over het waarom van je leven hier op aarde. Maar het is niet afgelopen als je leven hier ophoudt! Eens zullen we elkaar terugzien en een groot feest vieren, dat geloof ik vast en zeker! En tot die tijd blijft Eric in onze gedachten aanwezig.

Fellowship

Vandaag weer naar de kerk geweest. Dezelfde kerk als vorige week. Allemaal vriendelijke mensen die me hartelijk begroetten en blij waren me weer te zien. En ik was blij hun weer te zien. Ik voel me er thuis, maar het blijft een vreemde gemeenschap; bijna iedereen werkt er op het laboratorium en dat komt dus ook iedere keer weer in gesprekken naar voren.
Het leuke van zo’n kleine kerk is dat iedereen elkaar kent en heel informeel met elkaar omgaat. Iedere zondagavond is er een fellowship in twee huizen van gemeenteleden (een in White Rock – een klein dorpje hier vlakbij waar de kerk ook staat, en een in Los Alamos). Toen ik aankwam zat de kamer al vol met zo’n dertig mensen, inclusief kinderen. Onder begeleiding van een gitaar hebben we heel veel (onbekende en bekende) liederen gezongen. Erg leuk! Daarna gingen de kinderen naar beneden (wat ze daar deden weet ik niet, misschien spelen) en hadden de volwassenen een bijbelstudie. Heel indrukwekkend, maar daarover later nog iets meer. Als afsluiting hebben we nog met elkaar gebeden, een kringgebed, waarbij iedereen gebedspunten kon aanleveren. Heel eenvoudig, heel oprecht, heel integer. Een bijzondere ervaring om mee te maken.
Het mooie van deze avond was dat je een blik kunt werpen in de levens van deze mensen. Het zijn allemaal wetenschappers (de mannen over het algemeen, wat hun vrouwen doen weet ik niet), allemaal werken ze op het lab en allemaal hebben ze te lijden onder de huidige situatie. Sommigen kunnen waarschijnlijk tot november niet werken. En dit is niet het eerste wat ze hier meemaken. Een aantal jaren geleden is een deel van het dorp afgebrand door een enorme bosbrand, waarvan de gevolgen nog steeds voelbaar en zichtbaar zijn. Alle bossen op de bergen aan de noord en westkant van het dorp zijn compleet afgebrand en dat is een heel vreemd en naargeestig gezicht. Het hele dorp is geevacueerd geweest, het lab is dagenlang dichtgeweest: het had een enorme impact op het leven hier!
En nu dit. Waar blijf je dan? Wat betekent het dat de knapste koppen van Amerika hier bijeen zitten? Wentel je je nog een keertje rond in je wetenschappelijke arrogantie en trots en mompel je dat jou dat niet zal overkomen? Dat is wel de houding van heel veel mensen. Wat er nu aan de hand is op het lab: veiligheidsregels die met de voeten getreden worden (wetenschap gaat toch voor veiligheid?), onzorgvuldigheid met gevoelige informatie – het heeft allemaal met die mentaliteit te maken. Wat doe je dan als Christen: ga je daarin mee of laat je zien dat wetenschap in jou leven niet op de eerste plaats staat, maar dat er belangrijkere dingen in het leven zijn? Dat zijn allemaal vragen die op zo’n avond langskomen en waar open en eerlijk met elkaar over wordt doorgepraat. Het was voor mij een heel bijzondere ervaring om zo met deze mensen om te gaan. Samen zoeken naar een weg die het geloof in God waardevol maakt, ook in deze situatie. En samen vertrouwen en bidden om een goede afloop! Dat is wat christenzijn bijzonder maakt!

Heilige grond…

Voor de afleiding ben ik zaterdagnamiddag (overdag was het te heet en de UV waarschuwing staat op ‘extreme’ omdat we zo hoog zitten) naar Bandelier National Park geweest. De weg er naartoe alleen al is erg mooi, met mooie uitzichten over verschillende canyons. Bandelier zelf is een ruine van een oude indianen-nederzetting van zo’n 700 jaar terug. Die indianen woonden niet in gewone huizen of hutten, maar in holen die ze in de canyon hadden gemaakt.
Om het een en ander wat duidelijker te maken eerst maar eens wat geschiedenis en aardrijkskunde. We leven hier op de hellingen van een oude vulkaan die een hele tijd geleden is ontploft. Natuurlijk kwamen daarbij grote stromen lava vrij, maar belangrijker is alle materiaal dat de lucht in werd gesmeten. Over een heel groot gebied is dat neergekomen en heeft daar een hele dikke laag gevormd. Het wordt hier ‘tuff’ genoemd, en het zou goed kunnen dat dit gelijk is aan tufsteen wat we in Nederland ook wel kennen. Het spul is niet zo hard als basalt, maar kan onder goede omstandigheden wel erg hard worden. Soms blijft het echter erg brokkelig. De kenmerkende rode kleur van alle rotsen in dit gebied is ook afkomstig van deze tuff. Na de ontploffing van de vulkaan, vormden zich vanaf de hellingen kleine beekjes en deze beekjes hebben langzamerhand de canyons gevormd door erosie.
In heel dit gebied tref je dus een hoogvlakte aan, overal ruwweg op dezelfde hoogte, en diepe canyons met inderdaad in iedere canyon een beekje. Om dat beekje was het de indianen te doen, want daarmee hadden ze stromend water waarmee ze zichzelf in leven konden houden. Voor hun woonplaatsen kozen ze steile rotswanden uit waar ze hun holen in maakten, soms met een soort van optrekje ervoor. Bandelier is zo’n nederzetting.
Toen ik daar liep, voelde ik de geschiedenis om me heen. Het is werkelijk een fantastisch gebied, met midden in de canyon een soort tropisch bos met heel veel dieren. Aan de zuidrand een niet zo’n steile maar wel hoge wand, en aan de noordkant een steil oprijzende rotswand, met aan de voet overblijfselen van de nederzetting. Onbegrijpelijk hoe ze hier hebben kunnen wonen, maar was fascinerend om te zien. De nederzetting (voor zover ik begreep) bestond uit vier delen, een heel aantal huizen vlak aan het riviertje (dus niet in de rotswand), een aantal onregelmatige huizen daar vlak bij onder een geweldig imposante klif. Iets verderop het zogenaamde ‘long house’, een hele rij holen uitgehakt in de rotswand, allemaal vlak naast elkaar over een vrij grote afstand. En nog bijna een kilometer verder een grot op grote hoogte. Vroeger noemden ze het de ‘ceremonial cave’, omdat ze dachten dat het een soort heiligdom was, maar nu denken ze dat het een ‘huis’ geweest is met zo’n 21 kamers. Het hele ‘gevaarte’ bevindt zich niet op de begane grond maar is alleen met een grote hoeveelheid (smalle) ladders te bereiken. Eenmaal bovengekomen is het uitzicht schitterend, maar het huis zelf bevreemdend. Wat deden die mensen hier. Ze waren goed beschermd tegen vijanden, dat zeker, maar hoe kun je hier leven? Holen waar je nauwelijks in kunt staan, sliepen ze daarin? Ik weet het niet.
Diep onder de indruk, maar misschien met nog wel meer vragen, ben ik teruggelopen. Je beseft dat onze cultuur niet de maatstaf is voor alle dingen, maar dat er andere culturen, andere beschavingen zijn, die op hun eigen manier hun dagelijkse leven hebben ingericht. En de manier waarop ze dat deden, in een omgeving die bijna betoverend is, maakt me stil…

Acht uur stilzitten

Zo, dat hebben we ook weer gehad. Wat ga je doen als je acht uur moet stilzitten omdat je nog geen permissie hebt gehad om te werken? Tja. Dat was mijn situatie afgelopen vrijdag. Vroeg in de ochtend had ik het one-to-one gesprek met mijn groepsleider, en de rest van de dag moest ik maar zien wat ik ging doen. Ik had al m’n papierwerk dat ik nog moest doen om m’n werk hier rond te krijgen op donderdag al gedaan, wetenschappelijk werk mocht ik niet doen (wel discussies met m’n begeleider, maar niks daarvan noteren of op een schoolbord schrijven), een computer met internetaccess had ik niet…. Daar zit je dan. Op een gegeven moment aan m’n groepsleider gevraagd of ik wel een boek uit de kast van een collega mocht lezen; ja dat mocht wel. De rest van de dag heb ik me dus vermaakt met conference proceedings (verslagen van een conferentie) en met een stapel Physics Today die m’n kamergenote me had gegeven. En dan is acht uur best wel lang… Als het goed is komt maandag m’n toestemming om te werken! Eindelijk, zucht…

(Sarcastisch:) “Welcome on the Lab…”

dag lieve webloglezers,
sorry dat ik jullie een aantal dagen in onzekerheid heb gelaten over mijn toestand, ik had andere (onbelangrijke) dingen te doen en/of was te moe om iets te schrijven. Maar niet getreurd, hieronder zal ik uitgebreid verslag doen van m’n belevenissen.
Waar was ik gebleven? Zaterdag, hmm, dat is wel heel ver weg… (met andere woorden: jullie hebben heel veel gemist…)
Ok. Zaterdagmiddag nog wat inkopen gedaan om te kunnen koken (er is hier niks in huis) en daarna lekker rust genomen. Ik wilde ’s avonds nog wat gaan wandelen, maar het is hier al heel vroeg donker, zo rond half negen is het echt over met de pret, wandelen moest ik dus uit m’n hoofd zetten. Nog wel even een kerk opgezocht. Ik had een lijstje gemaakt met vier kerken (Presbyterian, oecemenisch (baptist, vergadering, presbyterian en nog wat kerkgenootschappen), Crossroads Bible Church en Vineyard – de laatste twee zijn evangelische gemeenten). Na wat nadenken en bidden besloot ik dat het de Presbyterian Church in White Rock moest worden de volgende ochtend. Omdat ik mij van vroeger kon herinneren dat het erg zinnig is om van te voren een kerk op te zoeken (ipv van zondag een half uur rond te rijden omdat je de kerk niet kunt vinden) heb ik dat halve uur maar verplaatst naar zaterdagavond. White Rock is een klein dorpje (5.000 inwoners ofzo), ongeveer 12km ten zuiden van Los Alamos, maar met geen mogelijkheid kon ik de kerk vinden… uiteindelijk is het me gelukt… het bleek heel makkelijk.
De kerkdienst was mooi, de mensen allervriendelijkst. Bijna iedereen in de kerk werkt op het lab, niet dat ik ze vaak tegen zal komen, want het lab is verschrikkelijk groot. Ik werd door een familie uitgenodigd om te komen lunchen; was ook erg leuk, over van alles en nogwat gepraat. Voor het eerst van m’n leven kolibries (hummingbirds) gezien, wat zijn dat kleine vogeltjes! De kerk is een presbyterian church, de enige reformed church in de omgeving. In heel veel doet het denken aan wat ik zelf gewend ben, maar er zijn ook aardige verschillen. De preek was niet zo goed (sprak minder aan) dan wat ik die twee zondagen in Vancouver had gehoord, maar al met al voelde ik me er erg thuis, en ik heb dus ook het plan om de komende zondagen nog wat te gaan shoppen bij de andere kerken van m’n lijstje uit m’n hoofd gezet.
Maandag begon m’n labtraining, maar dat bleek nogal mee te vallen. Ik hoefde maar twee uurtjes te komen opdraven voor een voorlichting met HR (human recource), de rest van de dag was ik vrij, en ben ik wat gaan rijden richting Santa Fe. Briljante landschappen gezien, geen foto’s want je mag geen foto’s maken tijdens het autorijden ;) net zoals je in Nederland niet mag bellen…
Dinsdag stelde de training behoorlijk wat meer voor. Om 8 uur moesten we ons melden bij het trainingscentrum van Los Alamos National Laboratory (LANL) voor een hele dag verhalen aanhoren over vooral “Safety & Security”. Alles is hier tot in den treure vastgelegd in protocollen die ook iedereen na moet komen. Als je dat niet doet dan dreigen er hele erge straffen (waarover straks meer…). Het moet ook wel op zo’n laboratorium waar heel veel met radioactieve stoffen wordt gewerkt en het modernste wapentuig wordt ontwikkeld. Alles is ingedeeld in risico-levels, en het Risk-level bepaald of en hoeveel er bekend mag zijn in de buitenwereld (en de wereld binnen LANL – bijna niemand heeft toegang tot de top-secret gegevens). De hele dag hebben we dikke handboeken en protocollen doorgespit, en dit alles werd afgesloten door een test met 41 vragen, waarvan ik er eentje fout had beantwoord.
Aan eind van de middag/begin van de avond heb ik mijn eerste grote wandeltocht gemaakt. Ik wilde de canyon hier vlak achter mijn huis wel eens van beneden zien en besloot af te dalen. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk. M’n eerst pogingen strandden op een steile diepe afgrond waar ik dus niet verder kon, en toch stond daar een ‘trail’ op m’n kaart… Een eindje verder heb ik het weer geprobeerd en daar lukte het me wel om een stukje af te dalen, maar de bodem van de canyon was nog onbereikbaar. Daarvoor moest ik een heel eind omlopen ruige paden (viel trouwens wel mee), smalle loopbruggen en langs diepe afgronden. Op sommige plekken was de overkant van de canyon net zo dichtbij, of meestal nog dichterbij dan de afgrond diep was. En dan praat ik niet over meters of tientallen meters, maar eerder over vijftig tot honderd meter.
Uiteindelijk vond ik een route naar de bodem van de canyon. Daar bleek zowaar een riviertje te stromen. Ondertussen begon de zon al aardig richting de horizon op te schuiven en moest ik haast maken om weer terug te komen voor het donker: je wilt niet ergens rondlopen langs diepe afgronden als het al aarde donker is en je geen zaklamp oid bij je hebt…
Ik kwam op het geniale idee om te proberen of ik de route kon vinden die ik het eerst geprobeerd had maar waar ik toen op een steile afgrond stuitte. Na wat zoeken vond ik een heel smal pad, wat zo te zien maar weinig werd gebruikt en wat vrij steil omhoog ging in de goede richting. Na wat twijfelen heb ik besloten deze toch maar te nemen omdat de grote omweg terug zeker nog een uur zou kosten. Na een half uur kwam de omgeving me bekend voor en was ik inderdaad op de plek gekomen waar ik eerder tevergeefs had gezocht naar het pad. Al met al een geweldige tocht, waarvan ik ook weer veel foto’s heb gemaakt die binnenkort (als het goed is) online gaan komen. Uitgeput maar voldaan kwam ik weer thuis.
En dan vandaag: wat een dag…
Gisteren had ik mijn groepsleider al kort gesproken en hij had me verzekerd dat ik er niet op hoefde te rekenen dat ik deze week nog wetenschappelijk werk zou kunnen doen. Tot op het een-na-hoogste niveau moet worden goedgekeurd dat ik daar ga werken…
Na mijn badge te hebben afgehaald, ben ik naar het gebouw getogen waar mijn afdeling zetelt. Omdat ik nog geen toegang tot het gebouw had moest ik iemand van de afdeling bellen die mij zou binnenlaten. Dat kostte ongeveer een kwartier omdat niemand zin had om de telefoon op te nemen. OK, eindelijk binnen begon het echt! Luister en huiver….
Om een computeraccount te krijgen moet je een computertraining doen, voor een computertraining heb je echter een computer nodig, en om een computer te kunnen gebruiken heb je een account nodig. Hoe dit op te lossen wist mijn begeleider niet direkt en hij plaatste mij achter de computer van een collega die deze week op vakantie is… Mijn kamergenote had voor mij ingelogd en zo kon ik dus mijn training volgen. Ondertussen was mijn begeleider wat aan het lobbyen bij de computermensen om mij een account te bezorgen. Halverwege mijn training werd ik echter bruut onderbroken. Waar ik mee bezig was (niet zozeer de training, maar dat ik op iemands anders’ account aan het werk was), was een zware schending van de cyber security op LANL en ik moest er direkt mee stoppen. Dat heb ik dus maar gedaan, alle procedures en regels (en consequenties) die ik gisteren gehoord had nog vers in m’n achterhoofd.
M’n training kon ik verder doen op een visitors-computer, die geen enkel contact had met het LANL netwerk waarop secret informatie aanwezig zou kunnen zijn. Voor mij was hiermee de kous af…, voor m’n kamergenote en in nog ergere mate voor m’n begeleider begon hier pas de ellende. Zoals het protocol voorschrijft heeft het computermannetje deze ernstige inbreuk op de Cyber Security direkt gemeld bij de groepsleider. Deze stond dus binnen zeer korte tijd op de stoep bij mijn kamergenote en bij mijn begeleider en heeft diverse gesprekken met ze gevoerd, waarvan ik de inhoud wel ongeveer kon aflezen van hun gezicht. Uiteindelijk mocht ik ook nog even bij hem komen – tegen mij was hij aller vriendelijkst – en hij legde uit wat er aan de hand was…, dat ik er verder niet zoveel aan kon doen, maar wel bij iedere actie me moest afvragen of het volgens de procedures zou zijn. Dit akkevietje heeft hem volgens mij ongeveer de helft van de dag gekost, en of we hiervan nog meer gaan horen zal me benieuwen. Volgens de procedures moet het gemeld worden aan de security office en daar houden ze niet van zulke dingen ;)
De rest van de dag heb ik heel veel procedures en andere documenten doorgelezen, onderbroken door een picknick van de T-divisie (theoretische divisie). Een computeraccount heb ik nog steeds niet, ik mag nog niks wetenschappelijks doen (discussies met mijn begeleider is toegestaan, maar ik mag daarvan niks opschrijven en ook iets op een schoolbord schrijven is niet toegestaan). Waarschijnlijk vrijdag heb ik een one-to-one gesprek met m’n groepsleider die moet beoordelen of ik in staat ben mijn werkzaamheden ’safe & secure’ te doen, dan pas mag ik aan het werk. Nog een lange weg te gaan… Toch heb ik er wel vertrouwen in. M’n groepsleider is een strenge leider (en hij moet ook wel…), maar voor de rest een erg geschikte kerel – meerdere keren vandaag kwam hij vragen hoe het stond met m’n voortgang en hij is erg geinteresseerd in het onderzoek dat ik doe. Wordt dus vervolgd
groeten, arend jan